afdrukken

Historiek

Oven1.jpgDe intercommunale IDM werd in 1972 gevormd op basis van een initiatief van de stad Lokeren. Deze had immers, voor die tijd overigens een revolutionaire stap, een verbrandingsoven gebouwd. Deze installatie bevatte twee ovens en had een verbrandingscapaciteit van iets meer dan drie ton huisvuil per uur. Al snel bleek de installatie te groot voor de stad Lokeren en werden er gesprekken aangeknoopt met de omliggende gemeenten zodoende in 1972 de Intercommunale Durme-Moervaart het levenslicht zag. Robert De Noos, toenmalig Burgemeester van Lokeren werd de eerste voorzitter.

De oorspronkelijke intercommunale bestond uit 11 gemeenten met name: Lokeren, Eksaarde en Daknam die na de fusie één werden; Lochristi, Beervelde en Zaffelare die ook gefusioneerden; Zele, Wachtebeke en Moerbeke; Sinaai en Overmere die IDM verlieten na de fusie.

Kort na de periode van de fusies treedt Zelzate toe zodat nu zes gemeenten bij IDM aangesloten zijn.

Tijdens de aanvangsperiode is er alleen sprake van huisvuilverbranding, in die zin dat elke gemeente het huisvuil ophaalde met eigen middelen met de meeste diverse voertuigen. Gezien de vele problemen wordt al in 1974 beslist te starten met een ophaaldienst in Intercommunaal dienstverband waarbij het huisvuil wekelijks en het grofvuil maandelijks wordt ingezameld.

In de loop der jaren wordt het voertuigenpark uitgebreid, een garage opgericht en een technische onderhoudsdienst gestart.

De moeilijkheden met het grofvuil, er was namelijk een zeer groot aanbod, zette de gemeenten ertoe aan een eenvormig politiereglement uit te vaardigen.

Vanaf 1977, onder het toenmalig voorzitterschap van Lucien Dierick, wordt verder gewerkt aan de uitbouw van de ophaaldienst, waarbij de problematiek van het grofvuilaanbod steeds meer en meer aan bod komt.

In 1983 wordt het voorzitterschap aan Dhr. Oswald Adriaensen toevertrouwd. Al deze voorzitters werden van bij de oprichting bijgestaan door Dhr. Paul Gyssens, de eerste directeur, tot deze in 1997 op rust gaat en wordt vervangen door Dhr. Dirk Strubbe.

Intussen neemt de afvalberg reusachtige afmetingen aan en doemen de problemen in verband met de verbrandingsoven meer en meer op. Er moet ’around the clock‘ gewerkt worden om de aanvoer van het vuilnis nog te kunnen verwerken. Dit noodzaakte de inzet van meer personeel, en dit eiste dan weer een verbetering van de sociale voorzieningen geconcretiseerd met de ombouw van de kleed- en wasruimte en de bouw van een refter.

De noodzakelijke ingrepen met betrekking tot de emissies van de verbrandingsoven wordt in twee stappen uitgevoerd. In een eerste fase worden elektrostatische stoffilters geplaatst en in een tweede fase wordt een half natte rookgasreiniger geïnstalleerd.

In de ophaling van het vuilnis is er eveneens een sterke evolutie. Het grofvuil wordt in de loop der jaren gescheiden in een brandbare en niet-brandbare fractie, er wordt een halfjaarlijkse snoeihoutophaling georganiseerd en in 1996 wordt in zee gegaan met de organisatie Fost Plus.

In 1997 wordt gestart met de gescheiden inzameling van GFT, papier & karton, glas via de glasbollen en PMD via de blauwe zakken.

Ondanks de investeringen in de verbrandingsoven blijven de problemen IDM achtervolgen. Bovendien wordt de invoering van een energierecuperatie opgelegd.

Oven2.jpgIn 1998 is het dan zo ver, door de Raad van Bestuur wordt beslist de verbrandingsoven definitief stil te leggen en te zoeken naar een andere partner voor de verwerking van het brandbaar afval, die gevonden wordt in de Intercommunale IVAGO.

Alles komt dan in een stroomversnelling. Gezien de hoge verbrandingskosten wordt een verdere scheiding doorgevoerd van verschillende deelstromen. In dit kader wordt de sorteerhal gebouwd.

Het grofvuil wordt anders aangepakt waarbij vanaf 1999 het houtafval afzonderlijk wordt ingezameld, en de andere deelstromen zoals metalen, tapijtafval en grote plastics worden uitgesorteerd.

Het wit- en bruingoed wordt niet meer aanvaard bij het grofvuil en wordt vanaf 1999 apart via de recyclageparken afgevoerd, waarna het conform het VLAREA (Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en –beheer) in erkende centra wordt verwerkt.

Gezien de vele veranderingen in het beleid werd in 1999 beslist een communicatieverantwoordelijke aan te werven. Deze staat in voor het goed informeren en communiceren met de inwoners van de aangesloten gemeenten-vennoten. In dit kader werd beslist een milieumagazine uit te geven waarbij alle nuttige informatie aangaande het afvalgebeuren wordt verspreid. Er werd geopteerd om tevens aandacht te besteden aan de milieuproblematiek in het algemeen. De opmaak van deze milieu- en afvalkrant geschiedt in eigen beheer op basis van een nauwe interactie met de aangesloten gemeenten-vennoten die elk één of twee pagina’s naar eigen believen kunnen invullen. Deze publicatie werd met de naam ‘IDeeMilieu’ gedoopt en groeit stilaan uit tot een gevestigde waarde omtrent deze problematiek.

Naast de communicatie via IDeeMilieu probeert IDM nog tal van andere kanalen in te schakelen om haar burgers duidelijk te informeren en te sensibiliseren. Zo wordt er jaarlijks een ophaalkalender uitgegeven, verschijnen er artikels in de gemeentelijke infokranten en de regionale pers, wordt er informatie doorgegeven via affiches en vrachtwagenpanelen, zijn we aanwezig op verschillende beurzen en markten, onderhouden we een actieve compostmeesterwerking, worden er speciale projecten voor evenementen en scholen opgezet en krijgen de acties van OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) en VLACO (Vlaamse Compostorganisatie) verdere opvolging en uitwerking.

Eveneens een grote vernieuwing in het beleid is de samenwerking met de kringloopcentra De Cirkel in Lokeren en Spoor Twee in Hamme. Het herbuikbare grofvuil krijgt aldus een tweede leven en de eerste stappen in het voorkomen van afval worden gezet.

Intussen werd de verbrandingsinstallatie volledig ontmanteld en de werken ‘reconversie verbrandingsoven’ werden in november 2000 aangevat.
Eveneens een grote vernieuwing in het beleid is de samenwerking met de kringloopcentra De Cirkel in Lokeren en Spoor Twee in Hamme. Het herbuikbare grofvuil krijgt aldus een tweede leven en de eerste stappen in het voorkomen van afval worden gezet.

Oven3.jpgHet gebouw werd door de ontwerper als het ware omgetoverd. De stortbunkers met de gehele betonnen structuur wordt behouden en dient als basis voor de inplanting van de verschillende bouwlagen. In totaal zijn er 7 verdiepingen voorzien waarvan twee onder de grond in de vroeger stortbunkers. Deze ruimten worden gebruikt voor de administratie van de ophaaldienst, de sanitaire voorzieningen voor het personeel en verschillende ateliers voor de herstelling van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten. Op het bovenverdiep wordt een multifunctionele ruimte voorzien, die voornamelijk zal dienen voor educatieve doeleinden gericht op scholen.

Het geheel sorteerhal en hoofdgebouw zal fungeren als een ROS+ (Regionaal Overslagstation) waarbij de plus staat voor de herstellingen.

De gehele afvoer vanaf de recyclageparken, sortering- en herstelactiviteit wordt volledig uitgevoerd in intercommunale diensten in samenwerking met de beheersorganisatie RECUPEL, die instaat voor de verwijdering van de afgedankte toestellen in het kader van de milieubeleidsovereenkomst afgesloten met het Vlaamse gewest.

De toestellen die hersteld worden in het ROS worden geleverd aan de kringloopcentra waarmee samengewerkt wordt. Zodoende wordt een heel deel afval voorkomen.

Hoofdzetel: Zelebaan 42, 9160 Lokeren - T. 09 348 43 97 - info@idm.be - Proclaimer - info@idm.be - Proclaimer
Ophaaldienst: Moortelstraat 16, 9160 Lokeren - T. 09 298 21 10 - F. 09 337 07 28 - BE 0214.014.167